Nauru is met zo'n 21 vierkante kilometer, na Vaticaanstad en Monaco, het kleinste eilandstaat ter wereld en een van de minst bezochte landen op aarde. Het eiland in de westelijke Stille Oceaan dankte decennialang zijn welvaart aan fosfaatmijnbouw, die het grootste deel van het binnenland – bekend als "Topside" – heeft omgevormd tot een kaal, kraterachtig landschap. Sinds de fosfaatvoorraden grotendeels zijn uitgeput, kampt Nauru met de economische en ecologische naweeën van die geschiedenis.
Een echte toeristische infrastructuur is er nauwelijks: geen resorts, geen georganiseerde excursies zoals elders in de Pacific, en slechts een handvol accommodaties. Wat Nauru wél biedt, is een unieke, ongefilterde kennismaking met een bijzonder stukje wereldgeschiedenis: het contrast tussen de weelderige kuststrook met koraalrif en de verwoeste "moonscape" van het binnenland, relicten uit de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog, en een kleine, hechte gemeenschap.
Nauru is geen bestemming voor een klassieke vakantie, maar wel voor de zeldzame reiziger die geïnteresseerd is in afgelegen landen, wereldgeschiedenis en het compleet maken van een landenlijst. Wie er komt, moet flexibel zijn, weinig comfort verwachten en zich bewust zijn van de beperkte en dure vliegverbindingen.